maandag 29 oktober 2012

Bestuurderssalarissen aan banden

Maximuminkomens worden langzaam realiteit.


We kenden al enige tijd de Balkenendenorm, waarbij het salaris van de minister-president beschouwd wordt als het hoogste inkomen in de publieke sector. Ambtenaren op ministeries zouden nooit meer mogen verdienen dan dit maximum. Dit is de eerste stap naar het invoeren van een maximuminkomen.

Inmiddels ligt er een nieuw wetsvoorstel dat de komende weken in de Eerste Kamer behandeld zal worden met de titel “Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector”(afgekort WNT met no. 32 600). Daarmee worden nieuwe normen vastgesteld voor bestuurders van de verschillende Onderwijssectoren (primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo, hbo en universitair onderwijs) en ander semipublieke sectoren als woningcorporaties, ziekenhuizen en zorginstellingen. In de semipublieke sector wordt het beloningsmaximum € 225.348 voor 2012, hetzelfde als voor het Universitair onderwijs. Voor het overige onderwijs liggen die normen lager. Zo geldt voor het MBO/HBO een maximum van € 195.459 en VO € 180.346, PO € 162.210 (allemaal 2012).

Daarnaast wordt een ontslagvergoeding ook gemaximeerd tot € 75.000 en kan een bestuurder niet meer langer doorbetaald worden nadat hij zijn functie heeft neergelegd. Verder is ook de vergoeding voor interim-bestuurders beperkt. Al met al een stevig pakket maatregelen ingediend door de Tweede Kamer al in januari 2011 door de zes partijen van VVD,PvdA,CDA,SP,D66 en GroenLinks.
Mede-ondertekenaar A.Vliegenthart (SP)



Een recent onderzoek van de Algemene Onderwijsbond heeft laten zien dat een dergelijke wet hard nodig is omdat steeds vaker en steeds meer topinkomens stijgen.
Met name de situatie van Amarantis-bestuurder Bert Molenkamp is schrijnend. Hij is de best betaalde bestuurder in het onderwijs met bijna 4 ton (incl. een vertrekregeling van 2,5 ton), terwijl hij de onderwijsorganisatie Amarantis bijna naar de rand van de afgrond heeft geleid.

Helaas is het wel zo dat de nieuwe Wet nog een overgangsperiode van vier jaar kent waarbij de huidige arbeidscontracten gehandhaafd mogen blijven. Daarna mag er drie jaar worden uitgetrokken om het salaris aan te passen aan de norm.



Volgens Algemene Onderwijs bond (AOb)-voorzitter Dresscher kunnen de bestuurders de komende jaren dus nog steeds teveel publiek geld opstrijken dat eigenlijk in het onderwijs zou moeten worden gestopt.

donderdag 11 oktober 2012

SP-Boek: "Zoektocht naar vrijheid"


Dit nieuwe boek van SP ideoloog Ronald van Raak is in meerdere opzichten verrassend. Allereerst is het een verzameling columns die al eerder zijn verschenen en geen diepgaande samenhangende filosofische beschouwing over het begrip vrijheid, zoals je zou kunnen verwachten. Bovendien is het geen voor de hand liggend onderwerp voor een socialist, want dan zou je eerder een betoog over solidariteit verwachten. Het boek bespreekt een groot scala van onderwerpen die al dan niet aansluiten bij actuele gebeurtenissen. Of van Raak haalt oude denkers uit de kast zoals Siger van Brabant, Buridanus, Becanus, Coornhert, Erasmus en Hugo de Groot om te komen tot actuele standpunten. Ronald van Raak verdiept zich in de discussie rondom de vrijheid van denken die een verworvenheid zou zijn van onze ”christelijke” cultuur. Wij zetten ons daarmee af tegen de "achterlijke" moslims. Van Raak komt dan met de eerste filosoof van Nederland Siger van Brabant (1240-1281) die streed voor fundamentele vrijheid van denken en inspiratie haalde bij Aristoteles. Hij kwam echter in botsing met de katholieke kerk. Dit voorbeeld laat zien dat de christelijke cultuur zeker niet altijd voor vrijheid van denken is geweest.
Een ander voorbeeld is het uitgangspunt van de neoliberale economen dat de mens altijd rationele of redelijke keuzes maakt. Van Raak stoft dan de Nederlandse filosoof Buridanus (1295-1358) af die honderden jaren geleden al beschreef dat de juiste keuze ook afhankelijk is van de omstandigheden. Het is dus ronduit naïef om te stellen dat de mens een rationele homo-economicus is. Of als het gaat om de toekomst van Europa (federatie of politieke unie) is het de moeite waard om daar filosofen als Kant, Husserl, Finkelkraut , Novalis of vrij recent Gadamer maar weer eens op na te slaan zoals Ronald gedaan heeft. Van Raak maakt hiermee duidelijk dat een wat meer filosofische reflectie heel veel bruikbare inzichten oplevert voor actuele situaties. Niets is zo praktisch als een goede theorie zou je daarmee kunnen stellen.

De auteur geeft hiermee indirect een antwoord op een vaak gesteld persoonlijke vraag: “ Wat doet een filosoof in de politiek”. Normaal gesproken is een filosoof iemand die belangrijke vragen stelt en onderzoekt. Kortom een zoektocht naar waarheid. Van een politicus wordt echter verwacht dat hij/ zij met antwoorden komt en voorstellen agendeert. Van Raak zoekt daarin een evenwicht omdat hij een democraat is in hart en nieren en gelooft dat “het meest overtuigende verhaal uiteindelijk de meeste stemmen haalt . Dat is dus een strijd om de waarheid”. Van Raak realiseert zich echter ook dat we tegenwoordig steeds meer leven in een media-democratie, waar slogans, “framing” en persoonlijke incidenten een grote impact kunnen hebben. Zo gaat van Raak uitgebreid in op de verdraaide beeldvorming rondom progressief- conservatief en nationalistisch- kosmopolitisch.
De SP wordt weleens verweten dat het een conservatieve, nationalistische partij is die streeft naar behoud van de verzorgingsstaat en de soevereiniteit van Nederland niet wil opofferen aan Europa en de pensioenleeftijd van 65 jaar wil handhaven. Door andere partijen wordt de SP dan weggezet als ouderwetse tegenpartij. Het afbreken van de verzorgingsstaat is echter helemaal niet progressief , maar destructief en reactionair. Het brengt ons weer terug naar schrijnende situaties uit de vorige eeuw. Oorspronkelijk gaat het bij het conservatisme om “het behoud van het goede”. Niet iedere vernieuwing of verandering is nu eenmaal beter dan het bestaande. De SP heeft bijvoorbeeld ook heel wat voorstellen ingediend zoals een betere bescherming van ZZP-ers, flexwerkers en klokkenluiders. Dan wordt echter niet gezegd dat de SP heel progressief is. In het boek staat een hoofdstukje met de titel “Etiketten plakken”. Daarin wordt beschreven dat andere partijen de SP willen diskwalificeren door ze etiketten op te plakken die vooral een negatieve lading hebben, zoals eng-nationalistisch of oerconservatief . De inhoudelijke nuances vervagen dan of de inhoud verdwijnt helemaal naar de achtergrond en brengen ingewikkelde onderwerpen terug tot platte plaatjes en persoonlijke tegenstellingen. Voilà, ziedaar het beeld van de moderne media-democratie. De rechtse partijen zijn er tot nu beter in geslaagd om hiermee om te gaan en hebben de linkse partijen vaak in het defensief gedrongen. Liberalen streven naar individuele vrijheid, democratie en groei in de economie. Wie wil dat nou niet? Dat is echter geen rechts privilege, want juist de socialisten hebben voor algemeen kiesrecht gezorgd en aan de wieg gestaan van sociale wetgeving. Geen vrijheid zonder een beschermende overheid die de voorwaarden moet creëren voor een goed functionerende samenleving.

In het SP-beginselprogramma “Heel de mens” worden de drie kernwaarden beschreven van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit als morele, leidende beginsels genoemd. Deze lijken op de drie beginselen van de Franse revolutie Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Broederschap is vervangen door het moderne woord solidariteit. Vrijheid is ingeruild voor menselijke waardigheid.
Van Raak verzorgt regelmatig een cursusdag filosofie voor SP-leden. Zelf heb ik ook een dergelijke bijeenkomst bijgewoond en toen een korte geschiedenis van de filosofie gekregen vanaf de oude Grieken en uitmondend bij de Duitse filosofen Kant en Marx. Een van mijn vragen was toen waarom het vrijheidsbegrip was weggelaten in het beginselprogramma van de SP. Dat was voor hem ook een vraag zei hij toen eerlijk. Kennelijk heeft van Raak met dit boek deze vraag willen beantwoorden. Bestaat er alleen vrijheid zoals de liberalen dat hebben geformuleerd en dat neerkomt op economische vrijheid of is er ook een socialistische visie op vrijheid ? De auteur geeft het voorbeeld van de samenhang bij landen die bestaat tussen rijkdom en vrijheid . Volgens de liberalen is dat het bewijs dat vrijheid leidt tot rijkdom. Hoe groter de vrijheid hoe groter de rijkdom ! Volgens van Raak kun je het echter ook omdraaien. Hoe groter de rijkdom hoe groter de vrijheid. Dit lijkt op het kip-ei dilemma, van wat was er eerst?? Anders gezegd is vrijheid niet het vertrekpunt zoals de liberalen nastreven, maar volgens de socialisten het eindpunt van overheidsbeleid. Als in een samenleving de overheid de juiste voorwaarden heeft gecreëerd, dan pas kunnen burgers hun vrijheid beleven en uitoefenen. Zonder rijkdom (dus in armoede) verkeer je zeker in onvrijheid en dus afhankelijkheid. Behalve over economische vrijheid gaat het dus ook over politieke vrijheid en de mogelijkheid voor burgers om mee te beslissen over de inrichting en besturing van de samenleving. Die laatste is veel belangrijker dan de keuzevrijheid voor de consument op de markt.
Volgens de visie van de maatschappelijke driegeleding zijn er drie maatschappelijke gebieden te onderscheiden waar de principes van de Franse revolutie geldig zijn. In het geestesleven de vrije mens, in het rechtsgebied de mondige mens en in de economie de behoeftige mens. Dus het gaat om meer dan alleen de vraag: "markt of overheid"? Helaas komt deze visie niet aan bod in het boek en zou van Raak zich eens moeten verdiepen in filosoof R.Steiner.
Het boek wil suggesties geven voor een nieuwe linkse kijk op individuele vrijheid en de verantwoordelijkheid van de politiek. Dat maakt het boek toch heel boeiend en inspirerend.

dinsdag 21 augustus 2012

Europese Onderwijspolitiek

Europa en het Hoger Onderwijs.

Zo luidt de titel van een nieuw boekje en zesde deel uit de reeks “Europa in de praktijk” en uitgegeven voorjaar 2012 door Comité Ander Europa.

Europese bemoeienis
In eerste instantie zou je misschien denken dat het hoger onderwijs (hoger beroeps- en universitair onderwijs samen) een nationale aangelegenheid is waar Europa buiten staat. Niets is echter minder waar.
Al in 2000 tijdens een bijeenkomst van Europese regeringsleiders in Lissabon werd als doelstelling voor 2010 geformuleerd dat ”Europa de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld moest zijn”. Daarvoor was een hervormingsprogramma(zogenaamde modernisering) nodig van stelsels van sociale zekerheid en onderwijs! Daarvoor had de Europese Commissie al een Memorandum geschreven in 1991 over het Hoger Onderwijs. Hierin kwam de wens van liberale partijen en werkgevers naar voren dat men behoefte had aan hoog opgeleide werknemers die in de hele EU konden worden ingezet of vanuit de hele EU konden worden geworven. Dat betekende wel dat de opleidingen dan min of meer uniform moesten worden.

Het voorwerk is al jaren daarvoor gedaan door de European Round Table of Industrialist (ERT), Europees grootste bedrijfslobbyorganisatie en opgericht in 1983 waar ook Nederlandse multinationals als Philips en Shell in participeren.
De werkgroep onderwijs van deze ERT werd in 1999 opgeheven ten teken dat de doelstellingen gerealiseerd waren. Het proces van marktwerking was definitief in gang gezet. De voorlopige afronding kwam met het akkoord van Bologna, Italië in 1999. Toen ondertekenden 29 ministers van Onderwijs uit de EU-landen een verklaring. Dit was eigenlijk slechts een intentieverklaring en geen wet of bindend verdrag. Toch was het een belangrijke stap die leidde tot een harmonisatie van het onderwijs in Europa. De nobele bedoeling was een betere vergelijking van de waarde van diploma’s uitgegeven aan Europese hogere onderwijsinstellingen. Sinds die tijd kennen we een gemeenschappelijk studiepuntensysteem namelijk het European Credit Transfer System(ects) en ook de gemeenschappelijke titels van master(universitair) en bachelor(hoger beroepsonderwijs). Hiermee is de deur opengezet voor een toenemende internationale concurrentie tussen Europese onderwijsinstellingen. Helaas niet met als inzet een betere kwaliteit, maar welgoedkoper en efficiënter onderwijs. Voor een effectieve marktwerking (en concurrentie) is het nodig dat het onderwijs steeds meer eenduidige en onderling vergelijkbare “onderwijsproducten” oplevert. Kant-en-Klare brokjes kennis of vaardigheden, liefst ook in het Engels (de voertaal van het internationale bedrijfsleven). Het zou de mobiliteit van studenten in Europa moeten bevorderen hetgeen ook gebeurd is. Het zijn stappen op weg naar zogenaamde Leerfabrieken.

Liberalisering en commercialisering van Hoger Onderwijs
De economie of het bedrijfsleven wil steeds meer invloed uitoefenen op het onderwijs zodat afgestudeerden beter en sneller inzetbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Zij willen ook meer invloed uitoefenen op de inhoud van het curriculum via Raden van Advies. In Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen zitten ook steeds meer ondernemers en magers die het onderwijs runnen als een bedrijf met winstdoelstellingen. Er zijn ook steeds meer door het bedrijfsleven betaalde bijzondere leerstoelen voor hoogleraren en ook door bedrijfsleven betaald onderzoek. In 1995 was de bijdrage van het bedrijfsleven aan het onderwijs gestegen € 400 naar € 1100 miljoen in 2009. In dezelfde periode steeg de bijdrage van studenten van € 500 tot € 1700 miljoen. Tegelijkertijd nam de procentuele bijdrage van de overheid aan het onderwijs al jarenlang af. Onderwijs dient dus niet meer de persoonlijke ontwikkeling en vorming van individuen. De economie, de heilige koe in de samenleving, wil alleen beroepsvorming en nut voor de arbeidsmarkt in plaats van hun betekenis voor de samenleving in de toekomst.

De afgelopen jaren hebben we in Nederland ook meerdere excessen in het Hoger onderwijs mee kunnen maken. Van subsidiefraude (ingeschreven studenten die niet bestonden),diplomafraude(onterecht afgegeven diploma’s) tot extreem hoge salarissen en bonussen bij Colleges van Bestuur (ver boven Balkenendenorm) en vooral bij megagrote scholen, geleid door voormalig ondernemers zoals Hogeschool InHolland.
De enorme schaalvergroting en bureaucratisering hebben de kwaliteit van het Hoger Onderwijs aangetast. Zelf heb ik ruim 25 jaar gewerkt als docent in het Universitair en Hoger Onderwijs en de schaalvergroting en de enorme onderwijsextensivering (minder lessen en contacturen) van nabij meegemaakt.

Recente Ontwikkelingen
Inmiddels gaan er stemmen op om ook centraal landelijke examens in te gaan voeren in het Hoger onderwijs, vergelijkbaar met de middelbare scholen. Zogenaamd bedoeld om de kwaliteit te meten en te waarborgen maar ongemerkt leidt het tot uniformering en verschraling van het onderwijs. Hoezo vrijheid van onderwijs? Steeds meer politici willen snijden in het aantal opleidingen die niet voorbereiden op de arbeidsmarkt zoals cultuur-, zorg-, onderwijssector en geesteswetenschappen. Ook wil men dat studenten meer zelf gaan betalen voor hun studie en ook dat leidt tot vermindering van diversiteit in het onderwijs. Studierendementen (slaagpercentages) zijn de belangrijkste criteria voor overheidsfinanciering maar zijn geen maat voor de kwaliteit van het onderwijs.
Feitelijk is er de afgelopen tien jaar steeds minder geld naar het hoger onderwijs gegaan terwijl de studentenaantallen toenamen. Dat leidde verhoudingsgewijs tot minder onderwijspersoneel, minder lessen en grotere onderwijsgroepen(massacolleges). Dit kleine handzame boekje van zo’n 40 bladzijden geeft een schat aan informatie en zet je ook heel duidelijk zelf aan het nadenken. Een aanrader dus.

donderdag 1 december 2011

Het Land is Moe

Onderstaand artikel is, in ingekorte versie, ook verschenen in het tijdschrift Driegonaal Jaargang 32, nummer 5/6, maart 2013




“Het Land is moe” van Tony Judt.
Een boekbespreking


De oorspronkelijke titel luidde “Ill fares the land” en verscheen begin 2010, hetzelfde jaar waarin de Britse eminente historicus Tony Judt ook overleed.
De eerste Nederlandse vertaling verscheen al in mei 2010 en beleefde zijn 10e druk in juli 2011. Kennelijk is er een zeer grote belangstelling voor de oorzaken van de huidige financiële en economische crises, uitmondend in verontwaardiging zoals eerder bij de andersglobalisten- en recent bij de Occupybeweging.
Felix Rottenberg schreef als aanbeveling “het is een voortreffelijk pleidooi” voor een eerherstel van de sociaaldemocratie!

Judt was docent aan de universiteiten van Cambridge, Oxford, Berkeley en New York. Verder was hij ook publicist voor o.a. de New York Times Review of Books en de New York Times.
Met een historische precisie beschrijft Judt de politiek-economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de Westerse wereld vanaf de Tweede Wereldoorlog.
Het boekje telt maar 8 hoofdstukken en beslaat 235 bladzijden.

Als titel van de inleiding heeft hij gekozen voor een duidelijk statement: “Een gids voor de verbijsterden”. Dat is het boek inderdaad ten voeten uit. Hij opent met de zin:”Er is iets fundamenteels mis met de manier waarop wij vandaag de dag leven. Dertig jaar lang hebben we de jacht op materieel eigenbelang( kern van het neoliberalisme) als een deugd beschouwd. We weten heel goed wat dingen kosten, maar niet meer wat ze waard zijn”.
De laatste decennia kunnen gekenschetst worden als :
1) Een kritiekloze bewondering voor de onbegrensde vrije markt,
2) minachting voor de publieke sector en
3) het waandenkbeeld van de onbeperkte groei.



De historicus heeft het boek opgedragen aan jongeren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, de zogenaamde "Lost Generation" zonder idealen. Hij probeert met name de jongeren in de VS en GB duidelijk te maken dat een sterke overheid onze vrijheden niet aantast, maar juist versterkt!

Het is heel moedig van deze Brit om tegen de verwachting in te kiezen voor het West-Europese vasteland met een sterke sociaaldemocratische traditie en een krachtige verzorgingsstaat. Hij zet zich daarmee expliciet af tegen het Angelsaksische neoliberalisme.
In het eerste hoofdstuk gaat Judt dieper in op individueel rijkdom enerzijds en collectieve armoede anderzijds. Hij gebruikt met name de studie van Wilkinson en Pickett om duidelijk te maken dat een kleine inkomensongelijkheid in een samenleving grote maatschappelijke voordelen heeft . Deze studie is eerder op deze website verschenen. Zie http://solidaire-economie.blogspot.com/2010/12/inkomensongelijkheid-en-welzijn.html
Bijzonder is dat juist PvdA-leider Job Cohen in zijn Kerdijklezing (nov. 2011) deze studie benadrukt en er ook de inzichten van Nobelprijswinnaar en econoom Jan Tinbergen aan koppelt. Tinbergen wees in meerdere studies tot in de jaren 70 van de vorige eeuw op het belang van een kleine inkomensongelijkheid. We spreken daarom tegenwoordig over de zogenaamde Tinbergennorm.

Een van de beste stukken in het boek vind ik persoonlijk hoofdstuk III met de prachtige titel “De ondraaglijke lichtheid van de politiek”.
Daarin beschrijft hij uitgebreid en kritisch de gevolgen van de privatiseringen in GB onder Thatcher en later ook Blair. Het ging niet om een principiëel kleinere of minder sterke rol van de overheid, want juist de controle via repressieve en informatieverzamelende taken van de overheid zijn in deze periode enorm toegenomen. Wel hebben banken en financiële instellingen bijna volledige vrijheid gekregen om te handelen naar eigen inzicht met alle gevolgen van dien.
In een subhoofdstuk “De wraak van de Oostenrijkers” beschrijft hij een aantal ideologen van het neoliberalisme die volgens Judt allemaal Oostenrijkse wortels (Von Mises, Hayek, Schumpeter, Popper en Drucker) hebben, maar juist in de VS en GB succesvol waren.
Judt vergeet daarbij wel Ayn Rand (inspirator van o.a. Milton Friedman en FED-directeur Alan Greenspan) die uit Rusland afkomstig was.

De gevolgen van de privatisering, door Judt cynisch “Privatiseringscultus”genoemd, zijn enorm geweest omdat verlieslijdende overheidsbedrijven tegen veel te lage prijzen werden verkocht aan private partijen en waardoor de samenleving als geheel veel schade heeft geleden. De auteur noemt het cijfer van ₤14 miljard dat zo overgedragen is naar investeerders of aandeelhouders. Bovendien leverde het niet de te verwachten kostenvoordelen en prijsverlagingen op waarop gehoopt was. Integendeel. De spoorwegen, kolenmijnen, energiebedrijven, ziekenhuizen, scholen, posterijen en gevangenissen zijn grotendeels overgedragen aan particuliere investeerders.
Als deze sectoren later verlies maken moet de overheid toch weer bijspringen. Vervoers-, gezondheids- en veiligheidstaken (groot collectief belang) kunnen niet zomaar verdwijnen of failliet gaan. Illustratief is dat British Rail in het laatste jaar dat het in staatshanden was ₤950 miljoen kostte voor de balstingbetaler. In 2008 na een gedeeltelijke privatisering waren de kosten opgelopen naar ₤5 miljard !
De Senaat( Eerste Kamer) in Nederland gaat juist nu voor het eerst in de geschiedenis een parlementair onderzoek uitvoeren naar de gevolgen van de privatisering in Nederland.
Een commissie onder leiding van prof. R.Kuiper(CU) gaat samen met A.Vliegenthart(SP),G.ter Horst(PvdA) en M.Vos(GL) aan de slag en per email heb ik deze senatoren gewezen op dit boek van Judt en het betreffende hoofdstuk.
Zo kunnen ze voordeel putten uit de lessen die in GB zijn opgedaan.

Judt eindigt zijn boek met een uitspraak van Karl Marx. “Filosofen moeten de wereld niet alleen proberen te begrijpen en te interpreteren, maar het gaat er vooral om deze te veranderen! Niet via revolutie of chaos, maar via het uitbouwen van de sociaaldemocratie.

Dit boek is een aanrader voor alle politici en past in het boekenrijtje “Kapitalisme zonder remmen” van Maarten van Rossem en “De utopie van het marktfundamentalisme” van Hans Achterhuis die beide op dit weblog zijn besproken.

maandag 3 oktober 2011

2012 als Jubeljaar



Schulden en Volkswoede.

De VS heeft momenteel een overheidsschuld van zo’n 15 biljoen dollar (dat is 15 aangevuld met 12 nullen!) . Dat is een gigantisch bedrag waar wij ons bijna geen voorstelling van kunnen maken. Toch is het maar een fractie van de 200 biljoen dollar in handen van financiële instellingen dat wereldwijd op zoek is naar geschikte beleggingen (bron Willem Middelkoop in de Telegraaf van 16 Sept.).
Burgers hebben hypotheekschulden, bedrijven hebben schulden en nu hebben ook overheden enorme staatsschulden. Aan wie moeten deze schulden afgelost worden? Juist, aan banken en andere financiële instellingen.

De meeste bankinstellingen zijn echter geen overheids- maar private (op winst gerichte ) instellingen. Geldschepping is in handen gelegd van private bankiers die de vrijheid hebben om geld te creëren uit het niets.
De hamvraag is echter “Is geldschepping geen overheidstaak?” Geld is de smeerolie van de maatschappij en zelfs K. Marx was er heel duidelijk over. Geldschepping is een overheidstaak! In de VS waar Marx bepaald niet populair is, heeft men echter hetzelfde inzicht. In de Grondwet uit 1787 is officieel vastgelegd dat geldschepping een overheidstaak is. Toch hebben een groepje bankiers in de VS het voor elkaar gekregen om de senaat de Federal Reserve Act te laten ondertekenen op 23 december 1913 (nèt voor het kerstreces!). Daardoor is de Fed , lees de Centrale Bank van de VS, een private onderneming geworden met een aantal private banken als aandeelhouders !
De VS heeft daarmee het voorbeeld gevolgd van de Franse Centrale Bank, die in 1716 is opgericht door bankier John Law met steun van Zonnekoning Louis XIV en in eerste instantie Banque Generale Privée heette.
Feitelijk is deze situatie in strijd met de Amerikaanse grondwet maar bestaat tot op de dag van vandaag .Eigenlijk zou een klacht ingediend moeten worden bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.
Hetzelfde geldt voor de Bank of International Settlements (de overkoepelende organisatie van Centrale Banken) gevestigd in Basel (bron “Een menselijke economie” van oud-bankier Ad Broere).
Banken kunnen dus ongelimiteerd geld (=papier) drukken en iedereen opzadelen met schulden zoals nu ook het geval is.

Bijzonder zijn daarom de huidige protesten in een aantal grote steden in de VS en met name New York. Als groep zonder formele organisatie treden ze naar buiten met de slogan “Occupy Wall Street”. Ze zijn geïnspireerd door de volksopstanden in een aantal Arabische landen waaronder de bezetting van het Tahrirplein in Cairo.
De grote groep demonstranten wordt echter keihard aangepakt door de politie maar blijft volharden in haar protest. Het afgelopen weekend werden 700 betogers opgepakt op de Brooklyn Bridge in de nabijheid van het financiële centrum. Ze zijn inmiddels weer vrijgelaten maar moesten een boete betalen voor ordeverstoring.
De demonstranten hebben ook bezit genomen van het Zuccotti Park ( voor 2006 het Liberty Plaza park geheten) en er de tenten opgeslagen. Ze hebben zelfs het voornemen om daar de komende winter door te brengen.

Het is een moedige daad van teleurgestelde burgers die inzien dat de overheid en de banken niet opkomen voor het algemeen belang en dus vragen ze om veranderingen. Zo eisten de betogers het afgelopen weekend de arrestatie van Ben Bernanke, de voorzitter van de Fed. Ook in andere steden zijn er protesten zoals in Chicago, San Francisco en Washington. In Bosten bezetten 3000 betogers een vestiging van de Bank of America in Boston.
De maat lijkt vol. Is dit het begin van een Amerikaanse Revolutie?

Ad Broere suggereerde op zijn blog ook 2012 uit te roepen als Jubeljaar, waarbij in een klap alle schulden worden kwijtgescholden. Zie http://adbroere.nl/web/nl/artikelen/tweehonderd-duizend-miljard-rondklotsend-geld...php
Het jubeljaar, stamt uit een hele oude traditie met uitlopers tot in het Jodendom en de RK-kerk en wordt eens in de 50 jaar “gevierd”. Het doel van het oorspronkelijke jubeljaar is om al het land aan de rechtmatige eigenaar terug te geven.Alle bezittingen keren dan terug naar de oorspronkelijke eigenaars. Land mocht namelijk niet voor altijd verkocht worden ! Het idee hierachter was dat op deze manier blijvende verarming werd voorkomen (bron: Wikipedia).
Als we dat nu doen voor alle schulden dan kunnen we weer met een schone lei beginnen en zijn we in een klap van de private banken verlost.

dinsdag 6 september 2011

Een overheidsbank doet wonderen

Een lichtpuntje in de financiële, economische crisis !

Nadat gisteren bekend werd dat de Amerikaanse regering een aanklacht heeft ingediend tegen 17 grote banken, waaronder Bank of America, JP Morgan Chase, Goldman Sachs en de Deutsche Bank, gingen de koersen op de aandelenmarkten weer flink onderuit.
De Amerikaanse hypotheekwaakhond (Federal Housing Finance Agency (FHFA) wil tenminste $ 196 miljard aan compensatie eisen omdat deze banken de financiële instellingen misleid hebben met ondeugdelijke “gebundelde en verpakte” hypotheken.
De overheid krijgt daarmee een deel terug van de miljarden die nodig waren om de banken te redden nadat Lehman Brothers failliet ging in 2008.
De Nederlandse bank ING zag ook de waarde van zijn aandeel flink dalen.
Als dit inderdaad leidt tot een veroordeling en uitbetaling zal dit ook weer grote gevolgen hebben voor de financiële stabiliteit van de internationale banken. Daarna is de weg vrij voor Europese Banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen om de Amerikaanse banken aan te klagen en een schadeloosstelling te eisen voor de geleden verliezen. Dat zal zeker het einde betekenen van de commerciële banken.
De veroorzakers van de hypotheekcrisis worden nu dus wel aangepakt.
Banken zijn niet per definitie slecht, ze kunnen ook de redding betekenen.

Zo kwam er een positief bericht uit de New York Times van 19 augustus, waar in een artikel van Catherine Rampell met de opvallende titel “Het Noord Dakota Wonder” ingegaan wordt op de macro-economische successen van deze Amerikaanse Staat.
Noord Dakota is een staat die ligt tegen de grens met Canada en heeft na Texas de grootste olie- en gasvoorraad van de VS.

Ondanks de laatste drie mondiale crisisjaren heeft deze Staat een opvallend succes geboekt. Het werkeloosheidspercentage ligt maar op 3,3 % en dat is bijna de helft van dat in Nederland( 5,5%) en zelfs op een derde van het gemiddede Amerikaanse werkeloosheidscijfer van 9,1% !
De werkgelegenheid groeide jaarlijks met 5,2 % terwijl die in heel de VS stagneert.
Daarnaast heeft Noord Dakota een overheidsoverschot (meer inkomsten dan uitgaven) en kon de regering zelfs de belastingen verlagen!
De journaliste is gaan zoeken naar oorzaken die dit kunnen verklaren. Ligt het aan de grote olie- en gasvoorraden? Nee, want dan zou Texas dezelfde positieve cijfers laten zien en dat is juist niet het geval.
Rampell heeft een heel ander fenomeen ontdekt, namelijk de Bank of North Dakota.

Deze enige bank in overheidshanden in deze staat, heeft mogelijk voor een groot deel aan dit succes bijgedragen. De Bank of North Dakota (BND) is ontstaan in 1919 na een agrarische revolutie waarbij de overheid een sociaal experiment onder staatscontrole wilde starten om de afhankelijkheid van de private banken uit andere staten te doorbreken. De BND is in de loop der jaren steeds succesvoller geworden en heeft inmiddels een groot aantal financiële diensten ontwikkeld om ondernemingen en agrarische bedrijven tegen lage kosten te financieren. Men heeft ook een goedkoop programma voor startende ondernemers en zelfs studentleningen.
In 2010 was de netto winst met 6,5 % gestegen tot $ 61,9 miljoen. Het was het zevende jaar op rij met positieve winstcijfers.
Deze bank is erin geslaagd om als geldinstelling haar middelen in dienst te stellen van de gemeenschap en de economie. Een deel van de winst wordt gestort in een algemeen fonds waaruit maatschappelijke projecten gefinancierd worden.
Dankzij deze bank draait de hele samenleving goed en kan de overheid zelfs belastingen verlagen!
Laten Nederland en Europa hieruit een les trekken. Breng banken weer in handen van de overheid want geldverstrekking is van het hoogste maatschappelijke belang.

maandag 25 juli 2011

Marx opnieuw belicht


Karl Marx: “Er waart een spook door Europa”, samengesteld door Bart Tromp.
Een boekbespreking.


De titel van dit in 2006 door prof. Bart Tromp samengestelde boek is ontleend aan de beroemde openingszin van het Communistisch Manifest door Karl Marx, dat in 1848 is verschenen. Hoogleraar sociologie Bart Tromp was al vele jaren gefascineerd door Karl Marx. Zijn belangrijkste werk is een monografie van Marx uit 1983 en een studie over het sociaal-democratisch programma 1878-1977 uit 2002. Tromp overleed in 2007.

In de inleiding probeert Tromp duidelijk te maken dat het werk van Marx en vooral het communistisch manifest nog steeds hoogst actueel is. Marx noemde zijn werk ook wetenschappelijk communisme of socialisme. Daarmee zette hij zich af tegen andere stromingen uit zijn tijd die hij meestal utopisch en dus niet realiseerbaar noemde.
Als je de huidige ontwikkelingen in Europa in je opneemt sinds het uitbreken van de Amerikaanse hypotheekcrisis, die later zich ontwikkelde tot een bankencrisis en nadat overheden de banken hadden gered hebben we nu te maken met landencrises.
Vele Europese landen zoals Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje, Italië kampen met grote overheidsschulden die leiden tot strenge bezuinigingen om de overheidstekorten weg te werken en waar uiteindelijk de burger de dupe van wordt al heeft hij de crisis niet veroorzaakt. Niet alleen in Griekenland en Spanje zien we grote protestdemonstraties van vooral jongeren, die het meeste de dupe zijn van de economische crises vanwege de hoge jeugdwerkeloosheid.
Het neoliberale en ongebreidelde casinokapitalisme laat iedereen berooid achter behalve een kleine groep superrijken die nog steeds rijker wordt.
Het communistisch manifest eindigt met de oproep: “proletariërs uit alle landen, verenigt U”! Deze oproep klinkt ook heel actueel als je het woord proletariërs zou vervangen door burgers. Marx was ervan overtuigd dat het neoliberale kapitalisme uiteindelijk de hele maatschappij zou ontwrichten en vernietigen. Alleen een opstand van alle burgers samen zou een eind kunnen maken aan het gangbare kapitalistische systeem om daarna te proberen een sociale economie en rechtvaardige samenleving te realiseren.
Net zoals de burgers en jongeren in verschillende landen in Noord Afrika in 2010 en 2011 hebben laten zien is het mogelijk om dictatoriale regimes, die decennia lang met harde hand hebben geregeerd te verdrijven. In eerdere jaren gezien hebben we hetzelfde gezien tijdens vreedzame revoluties in de DDR(1989), Roemenië (1989) en Georgië(2003).

Tromp heeft als titel van de inleiding van het boek gekozen voor: Marx nu. Verlost van het communisme. Het volkscommunisme van Rusland, China, Cuba en Noord-Korea heeft zich altijd beroepen op de theorie van Karl Marx. Volgens Tromp kunnen we het werk van Marx nu lezen zonder ballast van het huidige communisme en kunnen we inzien dat Marx niet de schepper of bedenker van een nieuwe maatschappijvorm is geweest, maar vooral een scherpzinnig en verziend analyticus van het kapitalisme en dat zijn inzichten nog steeds relevant zijn in het licht van de mondialisering en internationale crises. Inderdaad zijn de grondtrekken of 10 uitgangspunten van Marx voor een socialistische economie beperkt.
1.Onteigening van het grondbezit en de grondrente
2.Zeer progressieve belasting
3.Afschaffing van het erfrecht
4.Inbeslagname van de bezittingen van alle emigranten en opstandelingen(?)
5.Centralisering van de kredietverlening in handen van de staat (een nationale bank en exclusief monopolie).
6.Centralisering van het transport( lees openbaar vervoer en infrastructuur) in handen van de staat.
7.Uitbreiding van nationale fabrieken en productiemiddelen, ontginning en verbetering van alle landbouwgebieden volgens een gemeenschappelijk plan.
8.Gelijke arbeidsverplichting voor allen.
9.Vereniging van bedrijven van akkerbouw en industrie(via coöperatie of associaties?)
10.Gratis voeding van alle kinderen (en opheffing van kinderarbeid).

Een aantal punten klinken echter in onze tijd als utopisch. Het afschaffen van het erfrecht is onwaarschijnlijk en mogelijk ook niet nodig. Wat je wel wil voorkomen is dat opgebouwde economische vermogens (kapitaal, grond en productiemiddelen), via overerving in handen komen van niet bekwame ondernemers. Het 4e punt klinkt zelfs als discriminatie; waarom alleen emigranten en opstandelingen? Een arbeidsverplichting voor allen zou beter vervangen kunnen worden door een recht op zinvolle arbeid voor iedereen.
De punten 1, 2, 5, 9 en 10 zijn daarentegen wel belangrijk en cruciaal.
Deze algemene maatregelen zijn nodig om de omslag te maken maar Marx zegt er ook bij dat later wanneer de klassenverschillen verdwenen zullen zijn, de gehele productie geconcentreerd zal zijn in de hand van in associaties georganiseerde individuen en de openbare macht haar politieke karakter verliest. Hieruit valt te concluderen dat voor de omslag naar een socialistische samenleving in eerste instantie de staat, de overheid een belangrijke rol zal moeten vervullen maar dat uiteindelijk de economie en de productiemiddelen niet in handen van de staat of individuen(kapitalisten) zal liggen maar bij de gehele civil society. Simpel gezegd: Productiemiddelen zijn geen staats- of overheidsbezit en ook geen privébezit, maar zijn een collectief bezit en behoren toe aan de hele samenleving of civil society!
Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie heeft in 1919 een maatschappijvisie beschreven die beken d is als de maatschappelijke of sociale driegeleding. Binnen de economie spelen daarin ook associaties een cruciale rol en pleit hij o.a. ook voor het vrijmaken van grond en productiemiddelen uit privébezit.

In de inleiding krijgen we ook een beknopte biografie van Karl Marx, die begint met het feit dat de ouders van Karl Marx in Nijmegen zijn getrouwd, omdat zijn moeder uit een
Joodse familie uit Nijmegen kwam. Karl sprak en las daarom ook Nederlands. Later is Marx ook verschillende keren in Nederland geweest en verbleef hij bij familie waartoe ook op oprichter van het Philips concern Gerard Philips hoorde. Nijmegen wordt als universiteitsstad vanaf de jaren 60 ook wel Karl Marx stad genoemd.
Marx werd in 1818 in Trier geboren en hij volgde er onderwijs tot en met de middelbare school. Daarna ging hij in Bonn Rechten studeren, maar het frivole leventje dat hij daar leidde was een doorn in het oog van zijn strenge vader die hem daarom naar de Humboldt universiteit in Berlijn stuurde. Pas in 1841 rondde Marx zijn dissertatie af in de filosofie. Dat werk bevatte kritiek op de Bijbel en leidde ertoe dat hij geen professor werd en hem zelfs het doceren verboden werd. Daarom koos Marx maar voor een journalistieke loopbaan en werd hij hoofdredacteur bij de Rheinische Zeitung in Keulen. Deze kritische krant werd door de Pruisische censuur uiteindelijk ook in 1843 verboden. Kort daarvoor had Marx zelf al ontslag genomen en trouwde in datzelfde jaar met Jenny von Westphalen, die hij al kende van de middelbare school en samen vertrokken ze naar Parijs. Parijs was toen de meest wereldse stad van Europa en een broeikas van het tot ontwikkeling komende socialistische denken (o.a. experimenten zoals de Parijse commune). Hier leert hij ook de Engelse fabrikantenzoon Friedrich Engels kennen, de enige vriendschap die zijn leven lang zou standhouden.
In 1845 nauwelijks 2 jaar later werd Marx onder druk van de Pruisische regering door de Franse minister van Binnenlandse Zaken uitgewezen.
Marx verhuisde daarop naar Brussel, waar politieke vluchtelingen welkom waren. Van de Pruisische autoriteiten kreeg hij geen toestemming om te emigreren (naar de VS) en uit woede gaf hij de Pruisische nationaliteit op waardoor hij de rest van zijn leven stateloos werd.
Na zijn ontslag als redacteur zal hij in zijn verdere leven geen betaalde functie meer uitoefenen, behalve dat van schrijver. Marx wist een contract met een uitgeverij af te sluiten om in 2 delen een kritiek op de politiek en de politieke economie te schrijven. Dat is er echter nooit van gekomen maar dit thema bleef hij wel trouw zijn verdere leven. In 1847 werd het contract ontbonden wegens wanprestatie. Pas 20 jaar later in 1867 verscheen deel I van “Das Kapital: Kritik der politischen Ökonomie”. De latere delen zijn niet meer door Marx zelf, maar door Engels samengesteld en uitgegeven op basis van fragmenten en nagelaten teksten. Zijn werk is meer op te vatten als een politieksociologische analyse. Bekend is de uitspraak van Marx dat filosofen de wereld alleen willen begrijpen. Men moet echter de wereld veranderen!
Net zozeer als hij zich afzette tegen de klassieke economische theorie, was hij ook kritisch ten aanzien van socialistische denkers zoals Proudhon. In 1847 ontstond de Bund der Kommunisten en werd Marx voorzitter van de Brusselse afdeling, die toen uit zo’n 20 leden bestond. Het internationale bestuur van deze Bond vroeg Marx om een partijprogramma te schrijven en dat verscheen als Kommunistisch Manifest in februari 1848. Het verscheen in een oplage van 500 exemplaren. Het zorgde echter voor weinig politieke beroering, toch is het een hoogstaand stuk politieke retoriek. Persoonlijk heeft het wel consequenties, want in 1849 verhuist Marx en zijn familie naar Londen als ballingen.
In 1864 wordt de International Working Men’s Association (1e Internationale) opgericht en Marx wordt secretaris van het bestuur. De openingstoespraak tot de Internationale van Marx is integraal in het boek opgenomen en is een zeer helder geschreven stuk dat bijna 150 jaar nog steeds betekenisvol is.
De oproep tot een revolutie ontstak geen vuur in West Europa, alhoewel de latere minister Willem Drees in 1979 een boekje schreef “Marx en het democratisch socialisme”.Daarin schrijft Drees dat veel van de door Marx aangedragen punten in het Westen al gerealiseerd zijn (afschaffen kinderarbeid, leerplicht, 8-urige werkdag en goede sociale voorzieningen zoals AOW, WW, WAO en Bijstandswet).
Tromp merkt echter op dat in de afgelopen decennia enkele van deze elementen die kenmerkend waren voor de verzorgingsstaat verder zijn uitgehold door het neoliberalisme. Het beste stuk in Marx’ Kommunistische Manifest is het derde deel waarin hij meedogenloos beschrijft hoe het economisch systeem van het kapitalisme alles kapotmaakt. Het is een gevaarlijke ideologie die mensen de persoonlijke waardigheid ontneemt en vervangt door een ruilwaarde en zo hele maatschappijen te gronde richt. De beroepen (waarin het woord roeping nog schuilgaat) van arts, leraar, priester, dichter en wetenschapper zijn veranderd in betaalde loonarbeid (lees functionarissen of ambtenaren)!
Marx verwierp de opvattingen van de liberale economen zoals Adam Smith die stelde dat het vrije kapitalisme wel in toom gehouden werd door de morele grondslagen die in de maatschappij bestonden. Marx doorzag dat deze maatschappelijke waarden en normen rücksichtslos aan de kant zouden worden geschoven door het kapitalisme en heeft daarin gelijk gekregen. Lees bijvoorbeeld het boek van Naomi Klein “De shockdoctrine”.
Marx was zijn tijd ver vooruit want juist nu verschijnen meerdere publicaties die ons als gewone burgers moeten waarschuwen voor de utopie van het kapitalisme (waanbeeld of als onrealistisch ideaal) zoals het boek uit van Hans Achterhuis “Utopie van de vrije markt” of het vergelijkbare boekje van Maarten van Rossem “Kapitalisme zonder remmen”!

Update.
Ter ere van de 200e geboortedag heeft acteur Frank Lammers in februari 2018 in het Parktheater in Eindhoven, een monoloog gespeeld over het leven en de ideeën van Karl Marx. Zeer de moeite waard om een inkijkje te krijgen in het turbulente en soms armetierige leven van deze omstreden persoon al heeft hij het er beter van afgebracht dan andere socialisten van het eerste uur, Zoals Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Zie ook    http://sociale-impuls.blogspot.nl/2014/12/het-bewogen-leven-van-rosa-luxemburg.html